KEMNA: B. V.D Vlugt

In de rubriek CV vragen we acteurs terug te blikken op een aantal producties dat op hun CV staat. Vandaag met Bram van der Vlugt. Wij spraken met hem over zijn verleden en aankomende projecten.

(copyright: Susanne Middelberg 2011)

Wilde u altijd al naar de Toneelschool?
Nou, ik was 24 in de zomer van 1958 en ik studeerde in Delft. Op een gegeven moment merkte ik dat ik moest ophouden met studeren, want het lukte me niet zo goed. Ik wilde namelijk toneel spelen. Dat wilde ik het liefst. Ik besloot daarom om aan het eind van die zomer bij Frans van der Lingen aan te kloppen bij de Haagse Comedie. Daar ben ik lessen gaan nemen en vervolgens ben ik overal audities gaan doen, maar dat werd natuurlijk helemaal niks.
Dat zag mijn cellolerares ook: Regina Grelinger. ‘’Dit gaat niet goed met jou’’, zei ze en ze vertelde me dat ik naar de Toneelschool moest. Maar dat lesjaar was al begonnen, dus kon ik mij niet meer inschrijven. Regina schreef vervolgens een brief naar de directeur en op wonderbaarlijke wijze kreeg ik een brief terug met daarin de vraag of ik toelatingsexamen wilde komen doen. Dat heb ik gedaan en ik mocht na de herfstvakantie beginnen.
Wat bleek: er waren te weinig jongens. Daardoor ben ik zo’n idiote uitzondering geweest, waar ik tot op de dag van vandaag heel blij om ben.

Er zijn namelijk veel collega’s van me die lijden onder het feit dat ze geen examen hebben gedaan op de Toneelschool. Als je de Toneelschool hebt gedaan, dan hoor je erbij. Dat is nu eenmaal zo. Het is een soort keurmerk, dus wat dat betreft is mijn muzieklerares een heel bijzondere beschermengel voor mij geweest.
De toneelschool verliep daarna goed. Ik heb zelfs ook nog de regieopleiding gevolgd, waardoor ik twee examens heb afgelegd.

Wat was de allereerste rol die u ooit speelde?
Dat was wel grappig. Dat was een rol in het stuk ‘Verkeerd Begin’. En de première was op vrijdag de 13e I  in Dodewaard. Slecht voorteken.

Daarna heeft u, op enkele jaren na, jaarlijks in theatervoorstellingen gespeeld. Aan welke rol heeft u de mooiste herinneringen?
Ja, er zijn inderdaad weinig jaren waarin ik niets heb gespeeld. Er zijn een paar rollen waarvan ik zó blij was dat ik dat mocht doen. Het ijkpunt was toch wel mijn hoofdrol in de voorstelling Kopenhagen. Door een samenloop van verschillende factoren is die rol heel bijzonder voor me geweest.
Ten eerste was het gewoon erg goed gelukt. We speelden het in eerste instantie in een hele kleine opstelling voor 120 man publiek. Zij zaten toen in een cirkel om ons heen. Vanwege de complexiteit van het stuk speelden we het ook niet meer dan 42 keer. Dat maakte het natuurlijk al erg bijzonder.
Het werd een succes en ik ontving een Louis d’Or voor mijn rol. Vandaar dat we in 2009 nog een keer de kans kregen om het stuk 50 keer te spelen in de grote zalen en dat vond ik fantastisch. 
De voorstelling werd ook erg goed geregisseerd door Peter Tuinman en ik heb heel fijn gespeeld met Liz Snoyink. En eerst met Rudolf Lucieer en in de tweede serie met Stefan de Walle.
Ja, het was verrukkelijk, alles wat ik mooi en goed vind aan toneel zit in Kopenhagen. Daar kijk ik dus met veel warme herinneringen op terug.

Op televisie brak u door met de rol van Dokter Finlay in Memorandum van een dokter. Hoe was die tijd voor u?
Ik was nog maar twee jaar van de toneelschool af toen ik per toeval die rol in de serie kreeg. Dat vond ik best wel wat, want ik kwam nog maar net kijken en speelde bij een klein gezelschap. De serie ging bij het publiek erin als boterkoek en acteurs en actrices waar ik in die tijd zo naar op keek  gingen ineens een gastrol spelen in Memorandum van een dokter. Kijk: ik wilde voor vol aangezien worden. Door mijn vaste rol in die serie werd ik daarin bevestigd.
Het merkwaardige is dat ik nog steeds mensen tegenkom die refereren aan die serie van vijftig jaar geleden. Dat is wel erg leuk.

In 2005 bent u ziek geweest, maar speelde u toch een belangrijke rol in de serie Keyzer en de Boer Advocaten. Dat moet een zware tijd zijn geweest.

Ik had net één draaidag gehad voor de serie toen ik hoorde dat ik ziek was. Ik nam direct contact op met de productie NL-Film, dat ze iemand anders moesten zoeken voor mijn rol van De Boer.
Toen hebben ze collectief gezegd: ‘’Nee, geen sprake van.’’ We gooien het draaischema om en voorlopig gaan we er gewoon van uit dat je weer terug komt. Daar was en ben ik ze nog steeds heel dankbaar voor.

Na de operatie kreeg ik chemotherapie. Twee dagen chemo, dan twaalf dagen niet, dan weer twee dagen chemo en dan weer twaalf dagen niet enzovoorts. De productie plande mijn draaidagen steeds in de twaalf dagen waarop ik thuis zat, waardoor ik dus niet alleen patiënt was, maar ook aan het werk. Natuurlijk met alle extra zorg die ik op dat moment nodig had.  Dat is psychisch heel goed voor me geweest en dat heeft me door die zware tijd heen gesleept. Het feit dat ze me die kans hebben gegeven is voor mij iets om erg dankbaar voor te zijn.
In 1986 kreeg u een bijzondere verbintenis met Sinterklaas. Hoe is dat ontstaan?
Toen ik op de Toneelschool zat, was Aart Staartjes mijn klasgenoot. Hij organiseerde toen de intochten. We verloren daarna elkaar een beetje uit het oog. Jaren later, in 1985, wilde Adrie van Oorschot, hij was het al 20 jaar, er mee stoppen. Ik speelde in een voorstelling met Frits Lambrechts, die Hoofdpiet goed kende. Ik zei tegen Frits: ‘’Zeg maar tegen Aart dat Ik het wel wil overnemen!’’ Maar ik hoorde er daarna niets meer van.
Een tijd later kwam ik Aart tegen en ik vroeg aan hem hoe het nu zat. Hij zei meteen: ‘’Ja hoor, dat is goed!’’ en hij nam me mee om de stad van de aankomende intocht uit te zoeken. Op zo’n simpele manier is het eigenlijk gegaan.
Mist u het?
Nee hoor, helemaal niet. Het is een heel zware baan en het kostte me erg veel energie. In mijn tijd heerste er een monopolie op televisie. Dat houdt in dat iedereen moreel verplicht was om de Sinterklaas van de TV Intocht in zijn programma op te nemen. Zo rende ik dus van hot naar her. En dat alles naast mijn reguliere werk.
Ik heb het 25 jaar gedaan met intens genoegen en dan is het op een gegeven moment mooi geweest. Gelukkig heb ik de Pietendiscussie net niet meer meegemaakt.U was onlangs te zien in de absurdistische serie Rundfunk. Wat vindt u van die serie?
Ik heb het helaas nog niet helemaal gezien, alleen flarden, waaronder die prachtige scène met Pierre Bokma. Ik heb wel heel veel plezier gehad om die jonge makers zo bezig te zien. Toen ik het script las voor de aflevering waar ik in zit, heb ik ook hard moeten lachen. Het is compromisloos, ordinair, hard en niet politiek correct. Eigenlijk is het zo erg, dat het leuk wordt. Zoals die scène met dat meisje in een rolstoel, die door de gymleraar verplicht wordt om over de bok te springen. Dat is zo pijnlijk, dat vind ik mooi.

Vanaf september bent u te  horen als Verteller in de nieuwe film Holland, Natuur in de Delta. Hoe was dat om te doen?
Dat vond ik heel eervol om te mogen doen. Ik heb met veel plezier aan de teksten gewerkt. Wat ik zo mooi vind aan de film is dat het laat zien dat dit land, dat zo enorm drukbevolkt is, nog steeds sporen heeft van natuurdelta en dat je daar prachtige opnamen van kunt maken. Dat is misschien nog wel leuker dan natuur in een kunstmatig reservaat als de Oostvaardersplassen, omdat je het bij gebieden als de Ijssel, Biesbosch en de polders, die aan bod komen in deze film, totaal niet verwacht.
Het is een schitterende film geworden waarin we ons land van een heel andere kant krijgen te zien.

Wat bent u de komende tijd van plan te doen?

Ik speel nu een rol in het nieuwe seizoen van  de TV serie ‘Dokter Deen’. Daarna ga ik 80 keer met Oren Schrijver het prachtige stuk “Op bezoek bij meneer Green” spelen. En Ik heb een ensemble gevormd, genaamd: Van der Vlugt & Co. Dat bestaat uit mijn zoon Floris, die de composities maakt en blaasinstrumenten speelt. Uit mijn dochter Hester, die viool speelt en onze vriend Lucas Dols op de contrabas. Met hen doen we concertvertellingen. Dat houdt in dat ik verhalen, gedichten en sprookjes vertel en mijn kinderen en Lucas daar muziek bij maken. Of andersom. Muziek vertelt immers minstens zoveel als een tekst..We hebben de afgelopen tijd al veel gespeeld, bijvoorbeeld op het Festival ‘Hongerige Wolf’  en elke keer ging het dak eraf!
Volgend jaar gaan we een tournee doen van 35 optredens. Dat wordt een theaterprogramma dat ‘De Drievingerige Luiaard’ heet.
Er ligt dus nog heel veel in het verschiet. Ik ga gewoon door, totdat ik niet meer kan. Je moet vooral blijven denken en praten… dan kan je nog wel even mee.
Holland, Natuur in de Delta is vanaf 24 september te zien in de bioscopen.

De tournee van “Op bezoek bij meneer Green” begint in oktober en de tour van Van Der Vlugt & Co start vanaf april 2016. Kijk hier voor meer informatie.

(copyright: Kemna 2015)

Start een gesprek

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.